Voortekenen
Op 11 september 2001 keek de hele wereld vol verbazing
en afschuw naar wat een film leek, maar werkelijkheid was: de VS
werd aangevallen door terroristen die vliegtuigen als bommen gebruikten.
De vraag is nu of inderdaad niemand behalve de daders vantevoren
op de hoogte was. Laten we bij het begin beginnen. Woordvoerder
van het Witte Huis Ari Fleischer en Adviseur Nationale Veiligheid
Condoleezza Rice beweerden dat het idee om vliegtuigen als bommen
te gebruiken nooit bij de regeringsleden was opgekomen. Toch eigenaardig,
want nog los van het fenomeen van de kamikazepiloten uit WWII, is
bij iedere geheime dienst bekend dat de Franse politie in 1994 verhinderde
dat een terreurgroep een vliegtuig in de Eiffeltoren wilde boren.
En in 1993 al verscheen een boek
met de titel Target America waarin staat dat in Wakilabad,
Iran, een vliegveld met Boeings ter beschikking staat aan kapers
die daar aan het oefenen zijn. De auteur is geen obscuur iemand,
hij heet Yossef Bodansky, zit in allerlei officiële adviescommissies
en is ondemeer bestuurslid ['director', zie achterflap boek] van
de Republikeinse Taakgroep Terrorisme en Onconventionele Oorlogsvoering.
Een aantal dagen na de aanslag in de VS kwam zijn nieuwe boek uit:
Bin Laden, de man die Amerika de oorlog verklaarde.
De
regering wist misschien van niets, een lokale FBI-afdeling wist
al meer. In wat het tijdschrijft Time The Bombshell Memo
heeft genoemd, schrijft FBI-agente Coleen Rowley uit Minneapolis
dat ze baalt van haar bazen in Washington die haar tegenwerkten
bij onderzoek naar Zacarias Moussaoui, iemand die mee heeft geholpen
bij de voorbereidingen van de kapingen. Special Agent Robert G.
Wright,
Jr.gaat nog verder. Hij is ook tegengewerkt door zijn bazen, maar
zegt in een persconfrentie dat zijn onderzoek de aanslagen op 11
september had kunnen voorkomen. Een derde FBI-agent, John O'Neill,
leider
van de Nationale Veiligheidsafdeling van het FBI, deed onderzoek
naar bin Laden. Hij nam uit
onvrede ontslag, ook vanwege tegenwerking,
maar dan door het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens O'Neill
had de tegenwerking te maken met oliebelangen die Bush wou verdedigen.
[Ambassadeur-in-ruste Richard Butler kent de zaak-O'Neill en bevestigt
tegenover CNN het belang van een olieleiding die niet door Rusland
maar door Afghanistan loopt]. Na zijn vertrek bij het FBI begon
O'Neill een paar dagen voor 11 september aan zijn nieuwe baan, hoofd
beveiliging van het WTC. Hij kwam
om bij de aanslag.
In
1995 werd het FBI door haar collega's op de Filippijnen
op de hoogte gesteld van Project Bojinka, een plan van radicale
moslims om in twee dagen elf gekaapte vliegtuigen in Amerikaanse
doelen te planten. De Washington Post schrijft:
'Kijkend naar de aanvallen in New York en Washington op tv, roept
een onderzoeker: 'Het is Bojinka!' Later zegt hij: 'We hebben de
Amerikanen alles verteld over Bojinka. Waarom hebben ze niet opgelet?'
Maar wèl opletten, wil ook niet altijd helpen. Een van de
negentien kapers is vóór 11 september om onduidelijke
redenen aangehouden door een politieagent, maar later weer vrijgelaten.
De CIA had de lijst met verdachten waarop de toekomstige kaper stond
vermeld, niet verspreid.
Medio
jaren tachtig was Michael Springman het hoofd van het Amerikaanse
visa-bureau in het Saudische Jeddah. Hij moest, tegen de regels
in, mensen die niet in aanmerking kwamen, toegang verstrekken tot
de VS, zo blijkt uit een reportage van BBC's Newsnight [download
reportage, lees transcript].
Later kwam hij erachter dat het ging om mensen die waren uitgezocht
door Osama bin Laden, werden getraind in de VS en dan naar Afghanistan
vertrokken om te vechten tegen de Soviets. Springman [beluister
interview] deed zijn beklag bij de autoriteiten, maar merkte dat
de illegale verstrekking van visa doorging en weet dat de 15
Saudische piloten die deel waren van de aanslagen op 11 september
visa hebben gekregen van het Amerikaanse consulaat en de CIA in
Jeddah.
Pakistan
In
de zomer van 2001 geeft luitenant-generaal Mahmoud Ahmad,
hoofd van de geheime dienst van Pakistan, opdracht om $100.000
over te maken op rekening van Mohammed Atta, de leider van de kapers.
Dat werd gedaan door Sheikh
Omar, verdachte in de moord op Wall Street Journal-journalist
Daniel Pearl die een onderzoek deed naar het ISI, de Pakistaanse
geheime dienst. In mei had generaal Ahmad in Pakistan nog een 'ongewoon
lange ontmoeting' gehad met CIA-directeur George Tenet. De CIA en
het ISI hebben een lange geschiedenis van samenwerking.
De informatie over de band tussen de generaal en kaper Atta was
bekend bij de VS vanwege een rapport van de Indiase geheime dienst
dat aan de VS was gezonden. Daarin stond tevens dat er rekening
mee moest worden gehouden dat ook andere agenten van het ISI contact
hadden met kapers rond Atta. Tijdens de aanvallen op de VS was generaal
Ahmad in de VS. Een week voor 11 september had hij gesprekken bij
de CIA en het Pentagon. Na de aanvallen ging hij op gesprek bij
het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Een
voorbeeld van de band tussen de CIA en hun Pakistaanse collega's
van het ISI, is hun samenwerking bij het steunen en opleiden van
Islamitische groepen die het destijds zouden moeten gaan opnemen
tegen de Russen in Afghanistan. De VS stelde drie miljard dollar
ter beschikking die het ISI mocht uitgeven. Op die manier zou de
Taliban groot zijn geworden, aldus
Zuid-Azië expert Selig Harrison op een conferentie over terrorisme,
gehouden nog vóór de aanslagen. Harrison: 'Ik waarschuwde
ze dat ze een monster aan het scheppen waren'.
In
april 2001 zou* Atta in Praag
een ontmoeting hebben gehad met Ahmad
Khalil Ibrahim Samir Al-Ani, een geheim agent uit Irak. Dat
zei
de Tjechische minister van Binnenlandse Zaken Stanislav Gross
in mei dit jaar. Een andere ontmoeting
is minstens even interessant, namelijk die tussen bin Laden en de
CIA, begin juli 2001. Bin laden was tien dagen in Dubai om vanwege
een nierprobleem te worden behandeld in een Amerikaans ziekenhuis.
De informatie
over de ontmoeting is afkomstig van de Franse geheime dienst die
hoopt dat deze onthulling
een remmende werking heeft op de Amerikaanse wens Irak de oorlog
te verklaren, zo schrijft The Guardian.
Het is niet de eerste keer dat de Amerikanen bin Laden laten lopen.
In 1996
hadden de VS hem kunnen pakken, zegt de toenmalige minister van
defensie voor Sudan, Elfatih Erwa. In een geheim overleg met de
CIA in Washington had hij het aanbod gedaan. De VS weigerde. Een
geheim agent die was betrokken bij het overleg, zegt dat een deel
van de federale overheid tegenwerkte. 'Ik heb nog nooit zo'n stenen
muur gezien. Iemand heeft dit doen mislukken.' De Britten hebben
ook hun kans gehad. Want eveneens in 1996 was bin Laden op bezoek
bij MI5, de Britse geheime dienst, aldus het Franse Intelligence
Online.
* Nagekomen bericht uit 2003: Ondanks dat dit
bericht inconsistent was met de rest van de resultaten van onze
research -namelijk dat het Witte Huis 11 september heeft 'doorgelaten'
of zelfs gefaciliteerd- hebben we het vermeld omdat het ten tijde
van publicatie als feit kon worden beschouwd. Inmiddels is bekend
dat dit bericht over Atta in Praag disinformatie
betrof, naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit de koker van
Richard Perle. Zie ook dit MSNBC-artikel.
Niet
aleen bin Laden wist de westerse geheime diensten te vinden. Ook
Sayed Rahmatullah Hashimi, een adviseur van de nog voortvluchtige
Talibanleider Mullah Omar had een ontmoeting
met de top van de CIA, in maart 2001. Geregeld door zijn PR-dame
Leila Helms, de dochter van Richard Helms, voormalig CIA-directeur.
De
warme banden
tussen de Taliban en de VS waren al eerder ontstaan, namelijk in
1997 (in die tijd trouwens was bin Laden inmiddels een regelmatige
gast van de Taliban). Een groep afgevaardigden van het regime uit
Kabul was in Texas om met oliemaatschappij Unocal een deal voor
een pijpleiding te bespreken ter waarde van $2
miljard. De delegatie werd ondergedompeld in luxe. Na de besprekingen
werd ze uitgenodigd in Washington voor ontmoetingen met afgevaardigden
van de regering. Begin
2001 werden de duimschroeven aangedraaid, toen een Amerikaans
diplomaat
de Taliban te verstaan gaf dat ze kon kiezen
tussen een tapijt van goud of een tapijt van bommen. Begin dit jaar
stelde Bush een afgezant aan in Afghanistan, Zalmay Khalilzad.
Hij is een voormalig medewerker van Unocal en schreef in 1997 ingezonden
brieven
naar de Washington Post waarin hij zich positief uitliet
over de Taliban. Interim-president van Afghanistan Hamid Karzai
heeft trouwens ook
voor Unocal gewerkt.
Op
de hoogte
Diverse landen hebben de Amerikanen op de hoogte
pogen te brengen van de aanstaande aanslagen. Een van die landen
was Israël,
dat al een tijd bezig was met een groot onderzoek naar al Qaida.
Daarvoor hadden ze de organisatie geïnfiltreerd met een klein
aantal mensen, verdeeld in twee teams. Het ene concentreerde zich
op de VS, het andere op Europa en had tijdens het eerste deel van
het project hun basis op Schiphol, in het ElAl-complex dat het Europese
station is van de Mossad, de Israëlische geheime dienst. Een
groep van 120 anderen verspreidden zich in de vermomming van bijvoorbeeld
student kunstgeschiedenis in de VS. Misschien dat een aantal van
hen
onderdeel was van de groep van 140 Israëli's die naar aanleiding
van 11 september werd opgepakt in de Verenigde Staten op verdenking
van spionage. Ze zouden voor hun spionagepraktijken gebruik hebben
gemaakt van twee Israëlische bedrijven in de VS, Amdocs en
Comverse, waarover veel is geschreven door Kleintje Muurkrant. Amdocs
is in de VS al 25 jaar actief en heeft zo ongeveer toegang tot iedere
telefoon in Amerika en tot de lijsten waarop staat wie wanneer waarheen
belde. Comverse is wijd verspreid over de VS en levert afluisterapparatuur
aan de Amerikaanse uitvoerende macht. In Nederland
levert Comverse aan de AIVD (de voormalige BVD) en aan de politie.
De
Mossad vreesde een aanval en begin september stuurde Mossad-chef
Efraim Halevy een waarschuwing naar de CIA. De waarschuwing werd
door CIA-directeur George Tenet 'te onspecifiek' bevonden. Volgens
bronnen van Mossad-kenner Gordon
Thomas regelde de Mossad het zo dat de Russen op 1 september
de Amerikanen met de grootst mogelijke duidelijkheid waarschuwden
voor het aanstaande gevaar. Ook het FBI werd geïnformeerd.
Efraim Halevy stuurde Washington een tweede waarschuwing op of rond
7 september.
De
Frankfurter Allgemeine Zeitung meldt kort na de aanslagen
op 11 september dat geheime diensten van de VS en Israël reeds
drie maanden voor de aanslagen waarschuwingen
hadden gekregen van de Duitse geheime dienst BND dat terroristen
van plan waren om vliegtuigen te kapen en te laten neerstorten op
'belangrijke symbolen van Amerikaanse en Israëlische cultuur'.
De informatie hiervoor zou zijn verkregen door gebruik te maken
van het wereldwijde afluisternetwerk Echelon dat zowat alle telefoontjes
en emails ter wereld beluistert.
Niet
alleen de Russen, de Israëli's en de Duitsers waarschuwden
de Amerikanen. 'De Egyptische president Hosni Mubarak
heeft de VS twaalf dagen voor de aanslagen van 11 september gewaarschuwd
dat er 'iets zou gebeuren', aldus de Volkskrant van 8 december
2001. Ook mindere goden sloegen alarm. Een 29-jarige Iraniër
in een gevangenis in het Duitse Langenhagen belde verscheidene malen
naar de Amerikaanse politie om ze te waarschuwen voor de aanval
op het WTC. Ondanks de eerdere waarschuwingen gelooft men de man
niet en in Duitsland denken ze dat hij geestelijk instabiel is.
Ook anderen vertelden dat de aanslagen eraan zaten te komen, maar
de verhalen werden weggeschreven als Broodjes Aap. Een ervan gaat
over een jongen die op school uit het raam kijkt, de WTC-torens
aanwijst en zegt dat ze er volgende week niet meer staan. Een journalist
van MSNBC
wilde dit Broodje Aap eens fileren, trok de informatie na en kwam
tot de conclusie dat het klopte. Het ging om een jongen van Pakistaanse
afkomst op de New Utrecht High School in Bensonhurst, Brooklyn,
New York, die de uitspraak op 6 september had gedaan.
Mike
Vreeland is verbonden aan de geheime dienst van de Amerikaanse marine.
In Canada werd hij op verzoek van de VS opgepakt (volgens onderzoeksjournalist
Mike Ruppert stinkt zaak
tegen Vreeland aan alle kanten) en een maand voor 11 september probeerde
hij vanuit zijn gevangenis in Canada een briefje naar buiten smokkelen
met details over de te komen aanslag. Later op borgtocht vertelt
Vreeland in een interview
met Ruppert hoe hij aan zijn informatie is gekomen. In december
2000 bij spionagewerkzaamheden in Rusland heeft hij inzage gekregen
in een rapport van de zoon van Saddam Hussein aan de Russische minister
Vladimir Putin, waarin deze van de aanstaande aanslag op de hoogte
werd gebracht. Vreeland wil op advies van zijn advocaat aan Ruppert
geen uitleg geven over een bepaalde zin uit het briefje: 'Laat er
één gebeuren. Stop de rest.' Wel geeft Vreeland toe
dat uit de zin, wat hem betreft terecht, blijkt dat de Amerikaanse
regering volledig op de hoogte was van de komende aanslag. Hij laat
Ruppert tussen de regels doorlezen als hij cryptisch zegt: 'Soms
scheppen bepaalde regeringen een netwerk zoals al Qaida [...]. Dat
soort eenheden creëert specifieke problemen in opdracht van
de scheppende regering.'
De
Russische krant Izvestia maakt kort na de aanslagen bekend
dat de Russen aan de VS tijdig hebben laten weten dat 25 piloten
aan het trainen waren om vliegtuigen in belangrijke Amerikaanse
doelen te crashen. Een maand na de aanslag meldt
militair expert Alex Standish dat in maart 2001 de Amerikanen van
de Russen een uitgebreid rapport hebben gekregen met gedetailleerde
informatie over bin Laden. Standish, die een kopie heeft dankzij
een lek bij de VN, zegt dat in de VS op politiek niveau is besloten
dat er niet moest worden opgetreden. Eveneens in maart maakt minister
Powell met de vriendelijke groeten van de regering Bush $43 miljoen
over op rekening van de Taliban als hulp voor hun strijd tegen de
opium. Een journalist van de LA Times heeft
het over 'Bush' Faustiaanse deal met de Taliban'. Washington beloofde
de Taliban in totaal $124
miljoen aan hulp.
Mike
Ruppert is een journalist die goed op de hoogte is over 11 september.
Hij heeft uitgebreid gerapporteerd over handel met mogelijke voorkennis
in de dagen voor 11 september. Hij weet dat de CIA voortdurend de
aandelenmarkt in de gaten houdt om signalen op te vangen. Hij vindt
het vreemd dat bij hen geen belletje is gaan rinkelen in de dagen
voor 11 september. Tussen 6 en 10 september was er een piek in de
handel put opties van United Airlines. Ze werden negentig
maal vaker verkocht dan normaal. Op 6 september zelfs 285 maal.
Het plaatsen van put opties levert geld op als de koers ineens sterk
daalt. Deze pieken
zijn alleen te zien geweest bij twee luchtvaartmaatschappijen, United
Airlines en American Airlines, de twee maatschappijen wier vliegtuigen
betrokken waren bij de aanslagen op 11 september. Andere pieken
waren te zien bij de verzekeraar en grootaandeelhouder van United
Airlines en twee bedrijven die ieder 22 etages bezetten in het WTC.
De bank die voor de aankopen werd gebruikt, A. B. Brown (inmiddels
opgegaan in Deutsche Bank), werd tot 1998 geleid door A. B. Krongard,
nu de derde belangrijkste man van de CIA. Bij de bank was Krongard
verantwoordelijk voor de contacten met de rijkste, belangrijkste
klanten. De miljoenen dollars winst zijn nog door niemand geclaimd.
11
september
Op de dag van de aanval zelf, gebeurt een aantal
eigenaardige dingen. President Bush is in de Emma E. Booker Elementary
School in Florida aanwezig bij een voorleesles. Later, op een persconferentie
in december, zegt Bush dat hij voordat hij naar binnen ging in de
klas waar de les werd gehouden hij op tv zag hoe een vliegtuig de
WTC-toren raakte. Hij zei dat hij op dat moment bedacht wat een
slechte piloot het wel niet was. Vervolgens ging hij de klas binnen.
Nu is het zo dat deze beelden van de eerste crash nooit live
zijn uitgezonden geweest. Het beeldmateriaal kwam pas later in de
openbaarheid. Vervolgens zit hij in de klas en wordt hem tijdens
de les door zijn Chief of Staff ingefluisterd: 'Een tweede vliegtuig
is tegen de toren aangevlogen. Amerika ligt onder vuur'. In plaats
van in actie te komen, blijft Bush zitten luisteren naar de kinderen,
die het naar verluid over een geitje hadden. Bush neemt daarna afscheid,
houdt een persconferentie over de aanslag en gaat pas daarna zijns
weegs.
Tussen
de eerst en tweede crash in de WTC-torens zat maarliefst 18 minuten.
Geen straaljager te zien. Was het misschien onbekend dat er een
vliegtuig was gekaapt? In de verkeerstoren
werden flarden van gesprekken opgevangen van de eerste vlucht, vlucht
11. Met een zwaar accent zei iemand: 'Doe geen domme dingen. Er
gebeurt je niets'. Nog eerder belde stewardess Madeline Sweeney
tijdens de kaping met haar collega's op de grond en beschreef hoe
de kapers met messen passagiers vermoordden. Een kwartier na het
eerste vliegtuig steeg het tweede vliegtuig op, vlucht 175. Bijna
een uur na de eerste crash, stort een derde vliegtuig, vlucht 77,
zich in het Pentagon.
Inmiddels
is gebleken dat de procedures om vliegtuigen te onderscheppen die
van hun koers afwijken, niet zijn gevolgd. En dat terwijl dat in
eerdere gevallen wel is gedaan en er een flinke luchtmachtbasis
vlak in de buurt is met startklare straaljagers. Op 12 september
blijkt dat op de website van de luchtmachtbasis in kwestie, Andrews
Air Force Base, niet meer de trotse zinnen zijn te lezen over het
feit dat de basis te allen tijde straaljagers klaar heeft staan,
terwijl dat wel zo is. Voormalig Duits minister van technologie
Andreas von Bülow,
schrijver van een boek
over de CIA en de Duitse geheime dienst, snapt
er ook niets meer van: 'Gedurende zestig beslissende minuten lieten
de militaire en geheime diensten de straaljagers aan de grond staan
[...]'.
In hetzelfde interview wordt hij met een knipoog ervan beschuldigd
een samenzweringstheoreticus te zijn. Van Bülow reageert door
te zeggen dat dat soort beschuldigingen komt van mensen die de officiële,
politiek correcte lijn willen volgen. 'En iedereen die daaraan twijfelt
zou ze niet alle vijf op een rijtje hebben...'.
DaanSpeak
Meld je via email aan voor de gratis
mailing list.